Verdwijnen in wonderland (een luister prentenboek over trauma)
Recent nam Paul (achternaam bij ons bekend) contact op met TRAUMArt. Geïnspireerd dat ook mannen met een trauma verhaal die kunstzinnig werken welkom zijn, stapte hij op ons af om een kwetsbaar kunstwerk waar hij aan gewerkt heeft met ons te delen. Want niet alleen vrouwen krijgen DIS, maar ook mannen kunnen een dissociatieve stoornis krijgen door wat hen wordt aangedaan. Binnenkort volgt een interview met Paul voor TRAUMArt.
Hij stelt zichzelf graag aan jullie voor.
“Ik ben Paul, 60 jaar, woonachtig in Deventer.” Ik teken en ik schrijf boeken en gedichten. Ik leef al zolang met de gevolgen van vroegkinderlijk trauma, dat ik niet beter weet. Omdat de dader, mijn opa, dezelfde achternaam had als ik, uit ik mij het liefst onder mijn pseudoniem “Paul van Dukenburg”. In gedichten, in boeken en in tekeningen. Als kind vond ik zo weinig gehoor, dat ik besloot dat ik maar beter kon zwijgen. Daarom probeerde ik maar zo gewoon mogelijk te zijn, wat mij jarenlang vrij goed afging. Totdat ik op mijn 20e zoveel last kreeg van herinneringen, herbelevingen en nachtmerries dat ik niet meer in staat was normaal te functioneren. Zodat ik gedurende een periode van 5 jaar diverse keren werd opgenomen. Aan die jaren heb ik niet alleen een grote angst voor medicatie, opsluiting, psychiaters en psychologen overgehouden, maar ook een indrukwekkende lijst diagnoses. Elke keer dat er aan het rad van diagnose werd gedraaid, kwam er weer iets anders uit. Toch wilde ik geen diagnose, geen stigma, ik wilde juist zo gewoon mogelijk zijn, of in ieder geval doen alsof.
Uiteindelijk slaagde ik daar vrij goed in, ik stichtte een gezin, ik vond een baan in de IT, ik was zo normaal als maar wezen kon. Ik was niet langer bang om op te vallen en opgesloten te worden. Het enige dat nog ongewoon was, waren de incidentele paniekaanvallen waarvoor ik soms zelfs op de eerste hulp belandde. Ook waren er enkele burn-outs als gevolg van herbelevingen. Vaak was mijn angst voor herbelevingen groter dan mijn angst voor psychologen, zodat ik toch af en toe hulp zocht. De laatste keer dat ik dat deed was anderhalf jaar geleden. Ik schrok toen bleek dat hulp zonder diagnose niet langer mogelijk is. In eerste instantie kwam zij uit op CPTSS, mogelijk DIS, maar omdat ik absoluut niet doorverwezen wilde worden en ik alleen EMDR wilde voor mijn herinneringen, werden we het eens over PTSS. Mij maakte het niet zoveel uit, zolang ik maar de hulp kreeg die ik nodig had. Na een paar maanden merkte ik dat ik alweer in staat was zo gewoon mogelijk te zijn. Of te doen alsof. Zodat het weer tijd werd ermee te stoppen. Door de EMDR voel ik me beter dan ooit. Wel heb ik nog steeds het verlangen zo gewoon mogelijk te zijn, mijn pseudoniem geeft mij de kans daarnaast ook af en toe heerlijk mezelf te zijn.
In de korte film “Verdwijnen in wonderland” lees ik mijn innerlijke kinderen voor, heel voorzichtig leg ik ze het een en ander uit over trauma en de gevolgen ervan. Dat doe ik aan de hand van enkele van mijn tekeningen. De film duurt 8 minuten.”